Hieronder een interview dat Frank een tijdje geleden gaf, met als belangrijkste onderwerp zijn passie voor de indiaanse  cultuur. We hebben er wat foto's van Frank bijgezet. Zie de fotopagina voor meer foto's. Op de achtergrond hoort u "Wardance", een indianenlied. U kunt de muziek desgewenst aan en uitzetten met de knoppen hieronder.

 
 
Vorig jaar was Frank nog reservekandidaat voor Expeditie Robinson, maar dit jaar had de dakwerker uit Schilde meer geluk. Zijn voorliefde voor de indiaanse cultuur maakt Frank tot één van de opmerkelijkste figuren op het eiland. “Het leven van mijn vrouw en onze kinderen Mike en Kemi staat volledig in het teken van indianisme”, zegt hij. Als we op indianenkamp gaan, wonen we in een tipi en leven we volgens de primitieve indiaanse regels. Geen betere manier om de dagelijkse stress te ontvluchten. Eigenlijk had ik geen zin om me dit jaar opnieuw in te schrijven, zegt Frank.     
‘Ik vreesde om weer tweede keus te zijn, maar omdat de programmamakers aandrongen, zwichtte ik’. Gelukkig maar, want iets als Expeditie Robinson maak je maar eens in je leven mee.

Het avontuur was me op het lijf geschreven, vooral omdat ik al jaren een fervent aanhanger ben van de indiaanse cultuur. De indianen leven met beperkte middelen en moeten dagelijks in de natuur op zoek gaan naar voedsel. Die levenswijze komt overeen met de manier waarop we tijdens Expeditie Robinson moesten overleven. Ik voelde me op dat Maleisische eiland dan ook als een vis in het water. Eén zijn met de natuur, dat is toch zalig? In België lopen we constant als kuddedieren achter elkaar aan en hebben we van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat stress. Wat een verschil met de rust op zo’n eiland. Alleen de heimwee, die na amper een week toesloeg was een spelbreker. Dit jaar lag de lat ook hoger, zowel op fysiek als op mentaal vlak.

In Expeditie Robinson draait het niet alleen om de survivalkennis van de kandidaten. Je moet ook fysiek sterk staan, en goed in de groep liggen. Ik werkte ooit als buitenwipper en die ervaring kwam goed van pas. Ik heb mensenkennis, ben vlot in de omgang en geef iedereen altijd een eerlijke kans (lacht geheimzinnig). Of ik met die kwaliteiten ook de finale haal, mag ik echter niet verklappen. Op zo’n eiland word je met jezelf geconfronteerd. Het was leerrijk om een aantal nieuwe aspecten van mezelf te leren kennen. Zo had ik vroeger nog nooit honger geleden, in onze luxewereld kennen we dat gevoel niet. Wel ondervond ik aan den lijve dat honger vreemde dingen met je doet. Zo’n avontuur is ook op emotioneel vlak erg zwaar, vooral omdat je moet samenleven met een groep mensen die je van haar noch pluim kent, ik verlegde mijn grenzen. De opnames zijn al een tijdje achter de rug, maar ik kan nog steeds niet alles vatten. Het verwerkingsproces is nog volop bezig.

‘Ik trof voor de reis geen speciale voorbereidingen’ vertelt Frank. ‘Mijn motto was: wat komt dat komt. Ik werkte zelfs tot de laatste dag voor mijn vertrek. Het is trouwens onmogelijk om je op zo’n avontuur voor te bereiden. Het klimaat, het ongedierte en het aftakelingsproces zijn verraderlijke aspecten, die je vooraf onmogelijk kunt inschatten. Dankzij mijn aanzienlijke vetreserves kon ik me vrij lang sterk houden. Eilandbewoners met een afgetraind lichaam gingen er doorgaans veel vlugger aan onderdoor. Na de expeditie was ik 18 kilo kwijt, maar de helft is er intussen weer bij. Het strenge rantsoen waar we ons aan moesten houden, was geen lachertje. We beschikten alleen over rijst, olie en bloem. Vis en vruchten moesten we zelf zoeken. Omdat ik een slechte slaper was, ging ik vaak voor dag en dauw krab vangen. Ik ben zowiezo een bezige bij, maar iedereen droeg zijn steentje bij. De afspraak was: ‘wie wakker , begint eten te zoeken’.

 
 
Franks leven staat volledig in het teken van indianisme. Ook tijdens Expeditie Robinson was zijn hobby nooit ver weg. Zijn persoonlijke voorwerp was een Indiaanse trommel en ’s avonds verraste hij zijn teamgenoten meermaals met indiaanse gezangen bij het kampvuur. ‘Die liedjes heb ik op mijn eentje geleerd’ zegt Frank. Ik beluister cassettes, en probeer die liederen zo goed mogelijk na te zingen. De indiaanse cultuur fascineert me al vanaf mijn twaalfde. Ik verslond er ontelbare boeken over en ging uit nieuwsgierigheid eens naar een bijeenkomst van andere indianen-aanhangers.  

Daar kreeg ik de microbe voorgoed te pakken. Vooral het grenzeloze respect van indianen voor de natuur is bewonderswaardig. Ze beschouwen de aarde als hun eigen moeder. Daar kunnen wij westerlingen nog wat van leren. Als indianen een bizon doden, gebruiken ze alles van dat beest. Zelfs de pezen en beenderen worden gerecycleerd. Knap toch?

Ook mijn gezin deel mijn passie. Na ons huwelijk ging mijn vrouw Linda gewoon mee naar bijeenkomsten van onze westernclub. Ook mijn kinderen Mike en Kemi waren er al bij toen zij nog baby’s waren. Bij ons thuis staat het indianisme centraal. Onze woning staat vol met siervoorwerpen en attributen die we op rommelmarkten op de kop konden tikken. De kledij maken we zelf, onder andere van hertenvellen. Het is een vrij dure en tijdrovende hobby, maar we genieten ervan. In de westernclub praten we over onze gezamenlijke passie en organiseren we tentoonstellingen. Daarnaast ga ik met mijn gezin vaak enkele weken op westernkamp in België of in het buitenland. Daar komen duizenden indianenaanhangers van verschillende nationaliteiten samen. We leven er geheel volgens de regels van de indianen. Plastic is er bijvoorbeeld uit den boze.
 
 

 
Ons motto is: back to basics. Het is leuk om enkele weken in een tipi te wonen en samen te eten en te dansen. Het is ook ideaal om even aan de dagelijkse stress te ontsnappen. Mike en Kemi amuseren zich te pletter tijdens zo’n kamp. Ze spelen er met steentjes, stokjes, insecten enzovoort. De natuur heeft zoveel te bieden.

Het is zonde dat veel kinderen zich tegenwoordig alleen nog maar amuseren met hun computer, gameboy of gsm. Ik weet zeker dat Mike en Kemi gesterkt worden door de uitstapjes. Als we ’s winters op kamp gaan, duffelen we ze goed in.

Ze trotseren de kou met plezier, terwijl veel kinderen binnen blijven als het koud is. ‘Als de buren ons in klederdracht naar een kamp zien vertrekken, kijken ze wel eens naar ons op’, zegt Linda. ‘En als we onderweg nog vlug wat voedsel kopen, zou je de gezichten van de winkeliers eens moeten zien’. ‘Sommige mensen verklaren ons voor gek’, gaat Frank verder. ‘Ze lachen ermee dat we cowboytje en indiaantje spelen, maar voor ons gaat het veel dieper. Het indianisme is voor ons een levenswijze, al zijn er wel grenzen. Onze indiaanse kleren dragen we bijvoorbeeld alleen op kamp. Dit is een onschuldige hobby. Ik zal mezelf ook nooit als een indiaan beschouwen, want ik heb geen indiaans bloed. Mijn grote droom is, om de indianenreservaten in Amerika te bezoeken. Ik weet zeker dat het er ooit van gaat komen.

Meer foto's van indianenkampen

Foto's van kampen met Frank

Klik hier om de volledige versie van "Wardance" te downloaden.

 

©2004